Film noirs op YouTube [ 69 ]

gezien op YouTube: Oneway street (1950)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanalen Full Moon Matinee en Cult Cinema Classics. In april keek ik naar vijffilm noirs en neo noirs uit de periode 1946-1956. Vandaag: Oneway street van Hugo Fregonese

Oneway street 1950Net als in Out of the Past (1947) en The Big Steal (1949) kiezen de hoofdpersonages in One Way Street (1950) voor de klassieke vluchtroute: ze gaan “running for the border“. Voor de Verenigde Staten was Mexico rond 1950 nog een echt ontwikkelingsland. In films uit die periode werd vluchten naar Mexico dan ook vaak afgebeeld als een ruige, exotische ontsnapping naar een ander economisch en sociaal universum. De film zelf is qua opbouw wat onevenwichtig. Het lange middendeel in Mexico voelt als een romantische idylle, terwijl het begin en het einde in Los Angeles pure film noir zijn. Het slot is zelfs uitzonderlijk hard voor een film noir.

Märta Torén was een van de Zweedse actrices die in Hollywood voet aan de grond kregen, samen met haar landgenoten Greta Garbo, Ingrid Bergman, Anita Ekberg en Ann-Margret. Ze is echter veel minder bekend gebleven, omdat ze in 1957 op slechts 31-jarige leeftijd overleed aan een hersenbloeding.

Dr. Frank Matson (James Mason) is een getalenteerde maar gedesillusioneerde arts die werkt voor een meedogenloze gangsterbaas, John Wheeler (Dan Duryea). Na een overval steelt hij zowel een grote som geld als de vriendin van de baas, Laura (Märta Torén). Samen vluchten ze naar Mexico, op zoek naar een nieuw begin. In een afgelegen Mexicaans dorp probeert Matson een eerlijk en eenvoudig leven op te bouwen als dorpsdokter. Hij helpt de lokale bevolking en vindt voor het eerst sinds lange tijd rust en zingeving. Maar het verleden laat zich niet zomaar achter zich laten, en de gangster blijft jagen op zijn geld en zijn vrouw.
 
De film begint als een klassieke misdaad-noir met achtervolging en spanning, maar verandert halverwege in een meer reflecterend drama over verlossing, schuld en de mogelijkheid van een ander leven. Het contrast tussen de harde, corrupte wereld van de stad en het rustige, authentieke dorpsleven in Mexico is centraal. James Mason levert een sterke, ingetogen performance als de dokter die probeert te ontsnappen aan zijn “one way street” – een weg met maar één richting.

Stiamo sbagliando tutti

gezien: La dolce vita (1960) van Frederico Fellini
Een van de beste films ooit gemaakt

La Dolce VitaIn de iconische nachtscène bij de Trevifontein verleidt Silvia (Anita Ekberg) haar metgezel Marcello (Marcello Mastroianni) om bij haar in het water te komen. Marcello zit eerst betoverd op een bankje naar haar te kijken, met een glas melk in zijn hand, en stapt uiteindelijk zelf de fontein in. Dan mompelt hij: “Ma sì, ha ragione lei: sto sbagliando tutto! Stiamo sbagliando tutti.” (“Maar ja, ze heeft gelijk: ik doe het helemaal verkeerd! We doen het allemaal verkeerd.”)

Met zijn visuele pracht schept La Dolce Vita zoveel open ruimte dat talloze interpretaties mogelijk zijn. Filmcritici wijzen vaak op de existentialistische onderstroom. Achter Fellini’s oogverblindende eye-candy – de voluptueuze waternimf met haar goddelijke profiel in het kletterende water – schuilt een diepe leegte en verveling.

Marcello prikt in eerste instantie door haar verschijning heen. Hij vindt haar “net een grote pop”, de zoveelste vulgaire platina blondine. In de jaren vijftig waren Jayne Mansfield, Mamie Van Doren en in Engeland Diana Dors het prototype; daaraan voegde zich de Zweedse Anita Ekberg, die in La Dolce Vita eigenlijk vooral zichzelf speelt. Ook al vindt Marcello haar maar oppervlakkig, toch is het juist de oppervlakkigheid die hem betovert.

De nachtelijke scène bij de Trevifontein laat zich lezen als een moderne zondeval. Marcello is verloofd met Emma, maar heeft zich laten verleiden door de vulgaire actrice Silvia. Het is de oogverblindende schijn die hem bekoort, meer is er niet nodig. Hij weet dat het verkeerd is en geeft dat ook toe: sto sbagliando tutto. Ik doe het helemaal verkeerd.

ik doe het helemaal verkeerd!
We doen het allemaal verkeerd.

Wanneer hij in het water bij haar staat, tast hij niet haar lichaam af, maar haar aura. Daarmee benadrukt Fellini dat haar aantrekkingskracht als een magnetisch veld rond haar hangt. Silvia is eigenlijk meer een verschijning dan een lichaam. Om aan te kunnen blijven trekken moet ze voor Marcello onbereikbaar blijven, de godin van het witte doek die ze voor de toeschouwer is.

La Dolce Vita
Sylvia, ma chi sei? (Silvia, wie ben jij?)

Ook al kust hij haar niet, hij is toch gevallen door de fontein in te lopen en heeft hij daardoor een hap van de verboden vrucht genomen. Hij had ook toeschouwer kunnen blijven op het bankje tegenover de fontein, bij zijn glas melk, symbool van zuiverheid in een nacht vol alcohol. Of toch niet? Had hij dat glas melk niet juist voor Silvia gehaald, omdat ze een straatkatje melk wilde geven. Deed hij al niet alles voor haar? Was het glas melk de opmaat naar zijn doop in de zonde van de fontein?

De katholieke interpretatie spreekt mij meer aan dan de existentialistische. Fellini heeft de christelijke symboliek bewust in de film verweven – dat wordt al meteen duidelijk in de theatrale openingsscène. Daarin wordt een Christusbeeld met gespreide armen onder een helikopter over Rome gevlogen. Het begint met religieuze bombast. Rome is de stad van de barok maar ook van de decadentie. Het Christusbeeld is net zo nep als de voluptueuze, rondborstige pop in de Trevifontein. Is alles dan slechts façade? En schuilt er achter die façade werkelijk niets anders dan leegte? En tenslotte het zwarte gat van de dood?

Het Christusbeeld is net zo nep als de voluptueuze, rondborstige pop in de fontein. Is alles dan slechts façade? En schuilt er achter die façade werkelijk niets anders dan leegte? En tenslotte het zwarte gat van de dood?

Dat is precies de kwellende vraag van de moderne mens: is alles een sluier waarachter alleen de leegte wacht? Marcello kiest voor de schijnwereld vol hedonisme en offert zijn diepere verlangens op. Eigenlijk wilde hij een serieus schrijver worden, maar hij verkoos een snelle baan bij de boulevardpers. De oppervlakkigheid zuigt hem langzaam leeg.

De slotscène draagt een onmiskenbaar religieuze lading. Na een nachtelijke orgie strompelen de feestgangers in het vroege ochtendlicht naar het strand. Vissers hebben een monsterlijk grote rog gevangen. Marcello bekijkt het beest met een scheve, dronken blik. Het monster staart terug met één oog. Zo ziet het uitgeholde bestaan eruit: een groot oog dat je wezenloos aanstaart vanuit een vormeloze massa.

La Dolce Vita
Marcello maakt een gebaar van “jammer dan, niets aan te doen” en keert dan het meisje (zijn beschermengel?) de rug toe.

Toch eindigt La Dolce Vita met een zweem van hoop. Marcello keert zich af van het gezelschap en ziet verderop op het strand een meisje dat hij kent. Ze maakt gebaren en roept iets, maar hij kan haar niet verstaan. Uiteindelijk haalt hij zijn schouders op, draait zich om en sluit zich weer aan bij de anderen. Het meisje kijkt hem na. Ze lijkt op een Umbrisch engeltje: haar blik is liefdevol en zonder oordeel.

La Dolce Vita
Het meisje kijkt Marcello na en daarna draait haar blik langzaam recht in de camera. De wakkere toeschouwer zou kunnen denken: “Marcello, dat ben ik!”

Zo eindigt de bittere ironie van “het zoete leven” in de liefdevolle en vergevende blik van dat meisje. De liefde, de onschuld en het niet-oordelen blijken sterker dan onze zonden en onze uitgestelde wanhoop via het oppervlakkige vermaak. In La Dolce Vita hebben we dat in een bonte stoet aan ons voorbij zien trekken. Maar we zijn ook gewaarschuwd. Tijdens de orgie zegt een van de travestieten: “Nel ’65 sarà tutto una depravazione completa. Ah, no? Mamma mia, che schifezza ne verrà fuori!” (“In 1965 zal alles volkomen verdorven zijn. Jemig, wat zal dat een puinzooi worden!”)

Film Noirs op YouTube [ 68 ]

gezien op YouTube: The Strange Woman (1946)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanalen Full Moon Matinee en Cult Cinema Classics. In april keek ik naar vijf film noirs en neo noirs uit de periode 1946-1956. Vandaag: The Strange Woman van Edgar G. Ulmer

The strange woman 1946The Strange Woman (1946) is een verfilming van de gelijknamige roman van Ben Ames Williams uit 1941. Het verhaal volgt Jenny Hager, een zelfbewuste en beeldschone jonge vrouw uit Maine, die zich ontpopt tot een meedogenloze social climber. Jenny is een noordelijke tegenhanger van Scarlett o’Hara uit Gone with the Wind. Margaret Mitchell baseerde het personage van Scarlett overigens deels op Becky Sharp uit William Makepeace Thackerays Vanity Fair. Jenny Hager vormt zo de volgende in een lange rij van berekenende, verwende en ambitieuze vrouwen in de Angelsaksische literatuur.

Met haar koele, afstandelijke schoonheid was Hedy Lamarr vrijwel perfect gecast voor deze rol. Het verhaal speelt zich af rond 1820 in het pioniersstadje Bangor in Maine. De kerk heeft er een dominante invloed op het sociale leven. De titel van zowel de roman als de film is ontleend aan een Bijbeltekst uit Spreuken: “Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie. Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.” Wanneer een rondreizende boetprediker deze passage voorleest, krimpt Jenny’s hart ineen. Hoewel ze in de ogen van de gemeenschap geldt als een weldoenster met een onberispelijke reputatie, weet ze diep vanbinnen dat deze woorden haar op het lijf zijn geschreven.

In het Bangor (Maine) van de jaren 1820 groeit Jenny Hager (Hedy Lamarr) op als dochter van een alcoholistische, gewelddadige vader. Al van jongs af aan toont ze een manipulatieve en meedogenloze kant: ze gebruikt haar schoonheid, intelligentie en charme om mannen te bespelen en hogerop te komen in de maatschappij. Jenny trouwt met een rijke, oudere baron (Gene Lockhart) en klimt zo naar de hogere kringen. Maar haar ambitie en verlangens stoppen daar niet. Ze verleidt meerdere mannen om haar heen — waaronder de zoon van haar man en de verloofde van haar beste vriendin — terwijl ze een façade van vroomheid en respectabiliteit ophoudt. De film volgt haar berekenende opkomst en de destructieve gevolgen voor iedereen in haar omgeving.
 
Het is een kostuumdrama met sterke femme fatale-elementen: Jenny is een van de meest meedogenloze en sadistische vrouwelijke personages uit die periode. De film combineert victoriaanse setting met noir-stijl (schaduwen, morele duisternis, noodlot). Thema’s zijn manipulatie, ambitie, hypocrisie, macht en de destructieve kracht van een sociopathische persoonlijkheid.